Omgang baby’s

Hieronder staat kort beschreven hoe de omgang en de ontwikkelingsgebieden bij baby’s er bij ons uitzien. Voor een uitgebreidere versie verwijzen we u graag naar ons pedagogisch beleidsplan.

Het Kabouterdorp 13

Uitgangspunt is een liefdevolle verzorging. Baby’s hebben een sterke binding met hun opvoeders. Ze reageren op mensen en lokken sociale omgang uit door te lachen, geluidjes te maken en te gebaren.
Een baby wil graag in de nabijheid van mensen zijn.
Hij/zij toont zijn emoties o.a. door middel van huilen, krijsen en lachen.
Baby’s doen hoofdzakelijk kennis op, op grond van waarnemingen.
Zo ontdekt hij/zij door honderden herhalingen dat objecten hun eigen visuele, smaak- en tastkenmerken hebben.

De ontwikkelingsgebieden van een kind zijn:
Cognitieve ontwikkeling
Taalontwikkeling
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Motorische ontwikkeling
Zelfstandigheidsontwikkeling

Hieronder een aantal voorbeelden van hoe wij de verschillende ontwikkelingsgebieden stimuleren:

Cognitieve ontwikkeling:
Benoemen en benadrukken van voorwerpen in de groep. Bij oudere baby’s vraagt de leidster: “Waar is de bal?” of “Waar is de klok?”, waarbij de baby gestimuleerd wordt deze voorwerpen in de ruimte op te zoeken.
“Kiekeboe-spelletjes” spelen met een baby, waardoor een baby leert dat een voorwerp blijft bestaan ook al ziet hij het even niet.

Taalontwikkeling:
Tijdens het verschonen liedjes zingen en benoemen wat er gedaan wordt. Zoals “Ik ga nu je broek aandoen” en “Sokken horen aan je voeten”.
Enthousiast reageren op de brabbelgeluidjes van de baby en zelf ook geluiden maken, waardoor hij/zij gestimuleerd wordt in het maken van verschillende klanken en geluiden.

Sociaal-emotionele ontwikkeling:
Tijdens het verschonen van de baby maakt de leidster contact door met het kind te praten, te knuffelen en het kind aan het lachen te maken.  Door te reageren op de signalen van een baby leert een kind dat hij op deze manier zijn behoeften kenbaar kan maken en contacten kan leggen.

Motorische ontwikkeling:
Tot kruipen uitlokken door het aanbieden van een aantrekkelijk speeltje.
Het speeltje net buiten het bereik van de baby houden, zodat hij moeite moet doen om het speeltje te kunnen pakken.
De leidster pakt de handjes van de baby en trekt de baby op tot zitten of staan, afhankelijk van de ontwikkelingsfase van het betreffende kind.

Zelfstandigheidontwikkeling:
Een leidster legt een voorwerp net buiten het bereik van de baby. Hij/zij moet zelf proberen het voorwerp te bemachtigen. De baby wordt hierbij aangemoedigd en geprezen.
De oudste baby’s leren/stimuleren om zelf te drinken uit een flesje en de baby’s leren om zelf brood te eten. Dit doen zij bijv. door een stukje brood aan een vork te prikken en aan de baby te overhandigen.