Omgang dreumesen

Hieronder kort beschreven hoe de omgang en de ontwikkelingsgebieden bij dreumesen er bij ons uitzien. Voor een uitgebreidere versie verwijzen we u graag naar ons pedagogisch beleidsplan.

Het Kabouterdorp 14Een dreumes heeft een grote onderzoekingsdrang. Hij/zij ontdekt de wereld vanuit een ander gezichtspunt, omdat hij/zij intussen heeft leren kruipen en/of lopen. De ontwikkelingsgebieden van dreumesen zijn:
– Cognitieve ontwikkeling
– Taalontwikkeling
– Sociaal-emotionele ontwikkeling
– Motorische ontwikkeling
– Zelfstandigheidsontwikkeling
– Creatieve ontwikkeling

Hieronder een aantal voorbeelden van hoe wij de verschillende ontwikkelingsgebieden stimuleren:

Cognitieve ontwikkeling:
De dreumesen leren dat een jas aan de kapstok hoort. Gaandeweg leert de dreumes de relatie tussen zijn jas en de kapstok.
Een boekje voorlezen over de boerderij en
daarbij de dreumesen de verschillende dieren laten benoemen en het bijbehorende geluid laten maken.

Taalontwikkeling:
Boekjes voorlezen, waarbij de leidster samen met de kinderen praat over de plaatjes.
Samen met de dreumesen liedjes zingen. Deze liedjes worden regelmatig herhaald, zodat ze voor de kinderen herkenbaar zijn.
Alle handelingen die de leidster doet zoveel mogelijk herhalen.

Sociaal-emotionele ontwikkeling:
Bij een emotioneel afscheid van de ouder(s) troost de leidster het kind, zodat het zich weer vertrouwd en veilig voelt.
De leidster neemt de gevoelens serieus, respecteert ze en praat met het kind over zijn gevoelens en benoemt ze voor hem/haar.

Motorische ontwikkeling:
De leidster oefent met de dreumes het gooien en rollen van een bal.
De leidster laat een kind zelf een bladzijde van een kartonnen boekje omslaan.

Zelfstandigheidontwikkeling:
Door na het spelen een “opruimliedje” te zingen worden kinderen gestimuleerd om te helpen. Tevens geven leidsters kinderen concrete opdrachten zoals: “Zet jij deze auto in de kast?”
Leidsters leren/stimuleren dreumesen om zelf hun rits van de jas naar beneden te trekken en hun jas uit te doen.

Creatieve ontwikkeling:
De leidster legt verf, papier en kwasten op tafel en vraagt aan de kinderen wie er wil verven. De kinderen mogen op papier vrij experimenteren met de verf.
De leidster gaat buiten in de zandbak zitten en begint een kasteel te bouwen van zand. Hiermee nodigt ze de kinderen uit om met haar mee te doen en de mogelijkheden van zand te ontdekken.